Nieuw centrum gaat godsdienstdocenten begeleiden

Protestants-christelijke docenten die godsdienstlessen geven op openbare scholen, hebben vanaf deze week hun eigen centrum voor begeleiding. Ook worden voor hen twee nieuwe lesmethodes gepresenteerd.

Het godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs op openbare scholen heeft een impuls gekregen door een subsidie van het ministerie van Onderwijs. Alle docenten worden nu betaald en centraal aangestuurd. Vrijdag gaat het centrum van start dat protestantse godsdienstdocenten op openbare scholen begeleidt. Dit Protestants Centrum voor Godsdienstig Vormingsonderwijs gaat niet alleen hun salaris betalen, maar ook zorgen voor toerusting, contacten tussen docenten en de beschikbaarheid van lesmethodes. ,,De docenten vormingsonderwijs behoren niet tot het team van de openbare school en het zijn daarom best eenzame plekken’’, zegt Wout Schonewille die namens de Hervormd Gereformeerde Jeugdbond (HGJB) participeert in het Protestants Centrum. ,,Voor de protestantse docenten worden wij nu een aanspreekpunt en gaan we zorgen voor ondersteuning.’’ Behalve de HGJB neemt ook het Interkerkelijk Overleg in Schoolzaken (IKOS) deel aan het nieuwe centrum. De gedachte is
dat deze twee organisaties docenten uit de breedte van de protestantse kerkgenootschappen bedienen.

Miljoenen subsidie

In december vorig jaar werd op initiatief van de Tweede Kamer een subsidie van tien miljoen euro per jaar gereserveerd voor de lessen levensbeschouwelijke vorming op openbare scholen. Dit godsdienstig of humanistisch vormingsonderwijs valt niet onder verantwoordelijkheid van de openbare school, maar als een groep ouders erom vraagt is een school wel verplicht het te faciliteren. De lessen worden nu gegeven door vertegenwoordigers vanuit kerken, het Humanistisch Verbond, door imams of door andere vrijwilligers. Verreweg de meeste lessen worden gegeven door humanistische of protestantse docenten. Daarnaast zijn er op enkele scholen roomskatholieke of islamitische vormingslessen.

De levensbeschouwelijke richtingen komen nu met eigen organisaties om de subsidie te verdelen onder de docenten. Ook moeten zij erop toezien dat de kwaliteit van de docenten is gewaarborgd. Nieuwe docenten moeten een relevante hbo-opleiding hebben genoten. ,,De afgelopen maanden zijn we druk bezig geweest om in contact te komen met de docenten die dit onderwijs vaak al jaren verzorgen’’, licht Schonewille toe. ,,We ondersteunen hen met een aanbod voor na- en bijscholing. Hiermee willen we hen helpen om te investeren in de kwaliteit van het onderwijs.’’

Bij de start van het Protestants Centrum worden deze week ook twee nieuwe lesmethodes gepresenteerd, die bedoeld zijn voor het godsdienstig vormingsonderwijs. De methode Het Verhaal Centraal is geïnitieerd door JOP, de jongerenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland. Er bestond al een methode onder de naam Het Verhaal Centraal, maar die is nu volledig vernieuwd. ,,Bijbelse thema’s en verhalen staan centraal in de methode, maar we gebruiken ook andere bronnen om dat te illustreren’’, legt auteur Erik Renkema uit. ,,De Bijbelse thema’s vind je ook terug in verhalen uit
andere godsdiensten of seculiere verhalen, zoals de dierenverhalen van Toon Tellegen. Wij willen op die manier zowel vrijzinnige als meer orthodoxe docenten uit de protestantse kerken bedienen. Maar de Bijbel is wel de bron die het meest wordt gebruikt.’’

Uitgangspunt

De methode BijbelWijs, uitgegeven door de HGJB, neemt voor elke les een Bijbelverhaal als uitgangspunt. ,,Vanuit dat Bijbelverhaal gaan we op zoek naar de betekenis ervan voor kinderen’’, zegt Lucré van Putten van de HGJB. ,,Uit een onderzoek van twee studenten bij onze organisatie bleek dat er behoefte was aan een methode die chronologisch door de Bijbel heen gaat.’’ BijbelWijs heeft niet de bedoeling om te evangeliseren, benadrukt Van Putten, maar wil kinderen laten kennismaken met de Bijbel en het protestants-christelijk geloof. ,,De methode is ontwikkeld vanuit de identiteit van de HGJB waarbij we proberen een brug te slaan tussen Bijbelverhaal en een voor kinderen herkenbare context. Bij het verhaal over Jozef kun je het hebben over jaloezie, bij het verhaal over de broodvermenigvuldiging over het voedselprobleem in de wereld.’’

Renkema ziet twee belangrijke verschillen in de opzet van de twee methodes. ,,Het Verhaal Centraal begint elke les met een thema dat aansluit bij de belevingswereld van het kind. Vandaar uit komen we bij de woorden die genoemd worden in de Bijbel en soms ook in andere tradities. BijbelWijs kiest een andere volgorde door te beginnen bij het Bijbelverhaal. Daarnaast is BijbelWijs sterker gericht op kennis van het christelijk geloof. Bij ons zit dat er ook wel in, maar wij vinden dat kennis een middel is tot identiteitsvorming.’’ BijbelWijs bedient een meer eenduidige
groep dan Het Verhaal Centraal, denkt Van Putten. ,,Maar de methodes moeten niet als concurrenten gezien worden, eerder als aanvullend. Het Verhaal Centraal heeft een les over het thema ‘de ster’. Wij hebben een les opgenomen over de wijzen uit het oosten. Je kunt heel goed een les samenstellen door die twee te combineren.’’

Keuzes

Schonewille sluit zich daarbij aan. ,,Uiteindelijk gaat het erom dat de leerlingen kennismaken met het christelijk geloof. Je kunt dan insteken op het bijbrengen van religieus bewustzijn of meer
op rationele kennis van het christendom. Docenten maken daarin verschillende keuzes en dat is geen probleem. Maar we zijn niet voor niets een protestants centrum. Je kunt er dan niet omheen dat de Bijbel en de persoon van Jezus een plek krijgen in de lessen.’’

Recente berichten